Gastblogger Elaine “Ik kreeg een postnatale depressie”

Wat leek het me geweldig! Eerst maandenlang met zo’n mooie dikke buik rondlopen en vervolgens de hele dag knuffelen met een heerlijk klein kindje. Helaas bleek de realiteit voor mij anders.

Mijn zwangerschap was zwaar, zowel het zwanger zijn zelf als familiare omstandigheden, en ik zat niet goed in mijn vel. ‘Als ze er eenmaal is, komt alles goed’, hield ik mezelf steeds voor. Na een lange en heftige bevalling werd Gwendolyn op mijn buik gelegd en was ik direct bewust bezig met wat ik voelde en dacht. Ik verwachtte een vloedgolf aan liefde maar dat voelde ik niet. Ik vond haar wel meteen lief en schattig maar dat was niet genoeg, vond ik zelf. Ik deed het in mijn eigen ogen meteen al niet goed. Dit gevoel is niet meer weg gegaan en toen Gwen heel veel begon te huilen was dat voor mij een bevestiging. Zie, ik kan er niets van. De kraamverzorgster heeft kei hard voor ons gewerkt en ik probeerde de blije moeder uit te hangen, want zo hoort het. De verpleegkundige van de consultatiebureau nam na de kraamweek de zorg over en had vrij snel in de gaten dat het helemaal niet zo goed met me ging. We kregen ambulante begeleiding, ook omdat de oorzaak van het krijsen nog niet was gevonden. Ik wist dondersgoed wat er aan de hand was, Gwen had reflux. Maar volgens de huisarts huilen baby’s nu eenmaal en al onze andere pogingen zoals johannesbroodpitmeel en Pepti waren tevergeefs. Dus: mijn moederinstinct deed het ook al niet. Mijn angsten werden steeds erger. Zo dacht ik dat ze Gwen bij me weg zouden halen omdat ik er niets van bakte en leek het me beter dat ik zelf weg zou gaan. Dan kon mijn man een andere vrouw zoeken die een betere moeder zou zijn en kon zij Gwen opvoeden. Mijn idee over hoe ik weg moest gaan verschilde per dag, van verhuizen tot dood gaan. De nacontrole bij de verloskundige liet de nodige alarmbellen af gaan en al de volgende ochtend zat ik bij een coach die mij kon helpen. Ze leerde me om mijn moedergevoel niet te negeren en niet al te lang daarna kwam de diagnose reflux. Ik had gelijk. Ook wij kregen te horen dat het heel vervelend was voor de wasmachine maar verder allemaal wel mee viel. We volgden de instructies van de kinderarts met als gevolg dat Gwen afviel. Ineens werd er echt geluisterd. Ze werd opgenomen en kreeg een andere voeding en plotseling hadden we een vrolijke baby. Nu zou écht alles goedkomen. Toch? Op dit punt waren de nare gedachten er de hele dag door en kon ik niet meer voor mezelf zorgen. ’s Ochtends kon ik bedenken dat ik moest ontbijten maar ik had geen idee wat ik moest eten. Als mijn man me niets voorzette at ik niet want ik had geen idee wat ik moest doen.

Ik moest en zou een goede moeder zijn dus probeerde ik op mijn tandvlees voor Gwen te zorgen. Op een dag zei mijn man “dit kan zo niet langer, ik ga de huisarts voor je bellen” en al snel zat ik bij een psycholoog, die er helemaal niets van begreep. Waar ik voor mijn afspraken nog wel geloofde dat ik Gwen nooit iets aan zou doen, mocht ik van de psycholoog niet meer alleen met haar zijn want misschien gooide ik haar wel van de trap. Nu was ik dus ook niet meer met mijn eigen kind te vertrouwen?! Ik besefte dat dit me niet hielp en ben een andere psycholoog gaan zoeken. Vanaf toen ging het langzaam beter, maar de echte omschakeling kwam toen ik eindelijk besloot om medicijnen te slikken. Ik was heel bang dat ik dan nog minder op mezelf zou lijken maar dat is juist niet zo. Ik slik een lage dosis, maar het is net genoeg om me minder neerslachtig te voelen en, heel belangrijk, om de therapie binnen te laten komen.  Ik voel me nu zelfs minder afgevlakt dan voordat ik medicatie kreeg.

Inmiddels is Gwen anderhalf en kan ik echt van haar genieten. Ik durf mijn moederinstinct te vertrouwen en durf de liefde die ik voel toe te laten want ik ben haar moeder. Gwen houdt ook van mij en we doen het best goed samen. Ik kan nog steeds niet fulltime voor haar zorgen maar met hulp gaat het steeds beter. Op Instagram zag ik destijds hoofdzakelijk stralende blije moeders met vrolijke baby’s en zo zag mijn leven er helemaal niet. Dit gaf me een enorm eenzaam gevoel en deed me besluiten om er zelf geen doekjes om te winden. Zowel op social media als offline ben ik eerlijk over de ups en downs van onze dagen en inmiddels hebben zowel mijn feeds als mijn vriendenkring een flinke metamorfose ondergaan. Ik verzamel mensen om me heen die me helpen en inspireren, maar die me geen slechter gevoel geven.

Terugkijkend heb ik heel veel geleerd het afgelopen jaar. Zo weet ik nu dat de roze wolk en de vloedgolf aan liefde eerder de uitzondering dan de regel zijn. Gelukkig heeft niet iedereen een postnatale depressie hoor, dat is ook een uiterste van het spectrum. De meeste vrouwen hebben tijd nodig om te wennen aan hun nieuwe leven en om de liefde voor hun kindje te laten groeien. Ik heb ook geleerd dat er heel erg veel hulp is wanneer dat proces niet vanzelf goed verloopt. Hulp is te krijgen via de huisarts, het consultatiebureau, de kraamzorg en de verloskundige. Ik raad je absoluut aan om met iemand te gaan praten wanneer je je niet goed voelt na de geboorte van je kindje.

Liefs,
Elaine (je kan mij vinden op Instagram en ook op mijn eigen blog.)

Ps. Elaine, je bent echt een topmama! Niet vergeten. – Erin

Wil jij ook een gastblog schrijven? Laat het mij weten! 

Deel, like en volg Miniliefde!
error

Geef een reactie