Het bevallingsverhaal van… Joyce

Soms is het beter om een plan te laten varen, dan om jezelf eraan vast te klampen. En dan met name de plannen die te maken hebben met jouw gezondheid óf die van jouw kindje(s). Je kunt namelijk nog zo’n mooi bevalplan maken, maar pas wanneer je echt aan het bevallen bent kun je oordelen of je jouw droombevalling echt gaat meemaken of dat je de plannen overboord moet gooien.

Ik had een heel mooi, romantisch beeld van mijn bevalling. Mijn zwangerschap verliep perfect en pas met 39 weken zwangerschap werd mij toch wel aangeraden om misschien iets rustiger aan te gaan doen. Niet meer fietsen bijvoorbeeld en minder wandelen, maar wel actief te blijven. Dit had mij door mijn hele zwangerschap namelijk goed gedaan. Ik bleef lekker actief en als ik niet een enorme buik had, zouden mensen denken niet denken dat ik zwanger was. Na zo’n prettige zwangerschap leek het mij wel mooi om mijn zwangerschap af te sluiten met een bevalling zonder pijnstilling en op een baarkruk. Ik wilde vooral de natuur en de zwaartekracht zoveel mogelijk hun werk laten doen.

Zwanger

De laatste weken verstreken en vrienden, familie, kennissen en zelfs vreemden bleven zich maar afvragen wanneer de baby nu ein-de-lijk eens geboren zou worden. De uitgerekende datum verstreek en ieder uitstapje liep mondde uit in een vragenvuur over mijn geduld (ben je het niet zat?)  tot grapjes over de duur van mijn zwangerschap (lach maar niet te hard, want straks breken je vliezen op mijn bank!) en de omvang van mijn buik. Op donderdag 12 april rommelde ik wat in huis en kreeg ik nog visite over de vloer. Ik besloot het bezoekje even af te kappen, want ik had slecht geslapen en wilde nog wel even slapen voordat ik weer naar de verloskundige moest. Na mijn dutje stapte ik uit bed en toen wist ik dat het niet lang meer kon duren voordat de baby geboren zou worden.

“Plas ik nu gewoon in mijn broek? Nee toch? Ik hoefde niet te plassen. Oh shit, dit kan weleens vruchtwater zijn!” Zo ging het een beetje in mijn hoofd om 15:30 op die donderdagmiddag. Na een telefoontje met de verloskundige en mijn vriend besloten wij het nog even aan te kijken en gewoon naar de afspraak te komen die avond. En toen begonnen de weeën… Het begon nog rustig en kalmpjes, maar omdat ze vrij regelmatig waren heb ik toch maar mijn vriend gebeld om te zeggen dat het weleens snel kon gaan gebeuren. Opnieuw belde ik de verloskundige en ik mocht meteen naar een van de verloskamers in het ziekenhuis. Het is inmiddels 17:30 uur. “Nou mevrouw, we zien dat de weeënactiviteit hier een beetje stagneert. Je mag hier blijven, maar ik raad je aan om lekker naar huis te gaan nog even proberen te slapen, wat te netflixen en lekker warm te douchen.” Aangezien ik al niet zo’n groot fan ben van het verblijven in een ziekenhuis gingen wij, gierend van de zenuwen, weer terug naar huis.

Pasgeboren kindje

Eenmaal thuis merkte ik wel dat het mij goed deed om inderdaad nog even thuis te blijven. Voor mijn gevoel kon ik nog een beetje meer uitrusten en ontspannen, ondanks de steeds heviger wordende weeën. Ik stuurde mijn vriend op tijd naar bed, omdat ik wilde dat hij nog goed zou slapen voordat het hele feest begon. Ik ging zelf mee, maar voelde al dat dit een hele lange nacht zou worden. En holy shit, de nacht was ellendig lang. Ik kreeg de ene wee naar de andere en pufte ze weg onder de douche, hangend aan de deur of leunend op de bank. Tot 05:00 uur op vrijdagochtend. De weeën waren nu echt constant en veel venijniger qua pijn. Weer bellen met het ziekenhuis. Ze hoorden aan mijn stem dat het nu toch wel veel serieuzer was en opnieuw mochten we naar de verloskamers.

Door de toename in hevigheid van de weeën en ook de hoeveelheid weeën, dacht ik dat ik wel flink wat ontsluiting zou hebben. Think again, want er was 1 centimeter ontsluiting. Jawel dames en heren: één hele centimeter. Ik pufte mijn weeën weg op de fitnessbal en werd twee uur later nogmaals gecheckt: 3 centimeter ontsluiting. In principe een prima vordering, dus we bleven lekker doorpuffen. Bij de volgende controle was het al 5 centimeter en ik dacht echt: “You’re almost there babyboy!” Ha-ha boy was I wrong… De uren verstreken, maar de uitsluiting deed alleen niet echt mee. De weeën werden nog heftiger en nog frequenter, alleen de stomme uitsluiting vorderde voor geen (centi)meter! Inmiddels was het al 15:30 uur op vrijdagmiddag. Ik was om dat moment al 24 uur aan bevallen en mijn lichaam begon toch wel een beetje op te raken. En toen werden we voor een keus gesteld, waar ik vooraf nog heel stellig in was geweest.

Kindje 1 jaar!

“Ik weet dat in het bevalplan staat dat u geen pijnbestrijding wilt gebruiken mevrouw, maar ik raad u aan om het nu toch wel te gaan overwegen. Het enige wat ik dacht was: ik wil geen ruggenprik. Helaas waren bijna alle andere opties al uitgesloten en bleef de ruggenprik over. En hoewel ik het echt niet wilde, want ik wilde het zelf doen, heb ik na overleg met mijn vriend toch besloten om de ruggenprik te nemen.  Halleluja de ruggenprik zat erin en ik voelde niets meer! Ondertussen kreeg ik ook wee-opwekkers, want Jackson had in het vruchtwater gepoept en de tijd begon toch wel een beetje te dringen. Na een kort dutje kwam de pijn ineens weer terug. Ik wilde niet zelf extra pijnstilling nemen, dus liet het zo. Mijn vriend kon niet aanzien dat die ruggenprik uit was gewerkt en ik weer in zoveel pijn was, dat hij op het knopje drukte voor een extra shot pijnstilling. Al snel daarna kwam de verloskundige eens kijken of de wee-opwekkers zijn werk hadden gedaan. “Nou dat is nog maar een klein randje hoor, je zit op 9,5 centimeter ontsluiting. Als je nu druk voelt, mag je gaan persen!

Vanaf dat moment ging alles in een stroomversnelling. Ik had volledige ontsluiting, maar kreeg geen persweeën. Maar dat kleine jongetje moest toch echt naar buiten komen. Hij zat immers al zo’n 28 uur in het geboortekanaal. Ik moest dus mee persen op elke wee die ik voelde. Twee uur lang perste ik mee op elke wee. Ik keek mee met een spiegeltje en zag bij elke wee dat er een kleine stukje van zijn prachtige haardos naar buiten kwam, maar ook weer een klein beetje terugzakte wanneer ik stopte met persen. En toen was er paniek. Ik begon uitgeput te raken, de kleine man zat vast in het geboortekanaal en het ging te lang duren voor hij eruit zou zijn op eigen kracht. Ik kreeg het maar half mee en dacht dat ze mij zouden gaan vertellen dat ik een spoedkeizersnede zou moeten ondergaan. Gelukkig voor mij, wilden zij het eerst nog de gynaecoloog laten proberen mij te helpen met een vacuümpomp. Ze kwam binnen, probeerde het een keer, zette een flinke knip en hielp mij bij de volgende wee om mijn zoontje geboren te laten worden. Toen ik dacht dat het zover was, hoorde ik een aantal woorden die mij nog de rillingen geven. “Oh hij moet nog even een stukje terug, hij heeft de navelstreng om zijn nekje!” Nog geen minuut later lag hij dan eindelijk op mijn borst. Mijn prachtige, perfecte kleine jongetje: Jackson. Ik was uitgeput door de bevalling, maar dat leek ik zelf snel vergeten. Ik was intens gelukkig en opgewekt. Blij dat hij er na 30 uur eindelijk was en dat hij gezond was!

Ik had dus niet bepaald een droombevalling. Ik heb mijn bevalplan overboord moeten gooien. Ik heb een helse dag doorgemaakt. Maar het moment dat Jackson eindelijk op mijn borst lag, is het mooiste moment uit mijn leven.

Liefs,
Joyce

Wil jij jouw bevallingsverhaal ook delen? Neem dan contact met mij op!

Deel, like en volg Miniliefde!
error

Geef een reactie